Met feiten en cijfers emissies bestrijden op de bouwplaats

Met feiten en cijfers emissies bestrijden op de bouwplaats

De bouwplaats van morgen is stil, schoon en strak georganiseerd, doordat woningen grotendeels off-site worden gebouwd. Maar waarom pas morgen, vraagt Finch Buildings zich af? Samen met architecten, aannemers en opdrachtgevers ontwikkelt en bouwt het bedrijf vandaag al modulair met hout voor een emissievrije bouwplaats. ‘Het is in de praktijk helemaal niet zoveel anders of spannender. Wél veel sneller.’

Zijn drive om duurzamer te willen bouwen, ontstond vanuit zowel fascinatie als frustratie. Timo Broersen merkte na zijn studie Bouwkunde al snel dat beton nog steeds de norm is in de bouw. “Zodra je met opdrachtgevers over duurzaamheid begon, bleef vaak alleen de eerste lettergreep hangen.”

Bij Finch Buildings is Broersen verantwoordelijk voor projecten en R&D. “We ontwikkelen en ontwerpen duurzame modulaire houtbouwconcepten voor een brede doelgroep. Onze rol is om architecten, bouwers en opdrachtgevers goed te laten samenwerken. Architecten moeten leren ontwerpen met het modulaire systeem. Aannemers laten we zien dat je met het efficiënt assembleren van woningen en optimaal managen van bouwstromen ook een goede boterham kunt verdienen. En opdrachtgevers helpen we om risico’s te beperken door vooraf goed te calculeren. Wij zorgen ervoor dat ze allemaal dezelfde taal spreken zodat er een soepel proces ontstaat.”

Hardnekkige dogma’s

Timo merkt dat er in de praktijk nog altijd hardnekkige dogma’s bestaan over modulair bouwen met hout. “Het zou niet flexibel zijn, te duur en niet aan de richtlijnen voldoen. Met de projecten die wij opleveren tonen wij keer op keer aan dat die vooroordelen niet kloppen. De kwaliteit van deze bouwmethode is juist heel voorspelbaar en hoog, het is veel efficiënter dan traditioneel bouwen, en we voldoen aan alle eisen.”

Met behulp van de SEB programmalijn Prefab wil Finch Buildings een aantal van die dogma’s onderuithalen. Door in de praktijk te laten zien dat traditionele bouw en modulaire houtbouw helemaal niet zoveel van elkaar verschillen.

Elan Wonen stelde voor dit onderzoek in Haarlem een grootschalig project ter beschikking. “Het gaat in totaal om 322 houten woonmodules ontworpen door FARO en Finch Buildings en geproduceerd door modulefabriek Maat, waarmee de aannemer HBB Groep 158 appartementen realiseert. Een flink project dus.”

‘Plug-and-play’

Finch grijpt het programma ook gelijk aan om met deze partners het bouwconcept verder te optimaliseren.  

Broersen: “Zo hebben we een nieuwe koppeling ontwikkeld, waarmee we de modules nog sneller en met minder emissies kunnen monteren. De installatiecomponenten hebben we nog meer ‘plug-and-play’ gemaakt, zodat je alleen nog maar de elektra en standleiding hoeft door te koppelen. En we hebben een extra brede module van 5 meter ontwikkeld, zodat we nu niet twee maar een module nodig hebben voor een appartement. Dat betekent de helft minder transport- en hijsbewegingen, en hij is ook nog eens sneller en goedkoper te produceren.”

Normaal gebouw, maar dan gezonder

Om duidelijk te maken dat het bouwconcept bovendien aan alle bouwrichtlijnen voldoet, voert Finch samen met TNO en Peutz een aantal tests uit op de modules.

“We testen de luchtdichtheid van modules om de installaties te verbeteren. We voeren akoestische tests uit met onze biobased dekvloeren, en we onderwerpen de mock-ups aan brandtests. De eerste resultaten tonen aan dat we overal ruimschoots aan de eisen voldoen, of zelfs veel beter presteren. Dit draagt allemaal bij aan de acceptatie en bekendheid in de markt van deze bouwmethode. Het laat zien dat we een heel “normaal” gebouw opleveren, met bovendien veel voordelen. Onderzoeken wijzen bijvoorbeeld uit dat het veel gezonder is om in een houten gebouw te wonen.”

Geen sloopkogel maar hergebruik

Andere, zwaarwegende voordelen van modulaire houtbouw worden nu vaak genegeerd, merkt Broersen. “In de bouw zie je een sterke focus op de korte termijn, op het gebouw waar nu aan wordt gewerkt. Naar de uitstoot en milieuschade op de iets langere termijn wordt niet of nauwelijks gekeken. Nu betekent einde levensduur van een gebouw vaak de sloopkogel, waarbij hooguit het vergruisde beton tot asfalt kan worden verwerkt. Bij modulair bouwen kun je elementen eenvoudig demonteren en hergebruiken. Die restwaarde zou je financieel moeten meewegen, net als de CO2 die je in de materialen opslaat. Dan wordt de business case voor modulaire houtbouw nog veel interessanter.”

Bouwen wordt assembleren

Hoe ziet Broersen de bouwplaats van de toekomst?

“Nog meer wordt de bouwplaats straks de fabriek, waar grotendeels geautomatiseerd bouwmodules tot stand komen”, voorziet Broersen. “De bouwlocatie zelf is een assemblageplek geworden, waar veel efficiënter, sneller, stiller én met minder emissies wordt gebouwd.”

Modulaire houtbouw is volgens hem tegen die tijd volledig genormaliseerd. De bevindingen van Elan Wonen zijn voor Broersen veelzeggend. “Aanvankelijk vonden ze het best spannend om modulaire houtbouw op zo’n grote schaal toe te passen. Maar de ervaring van Elan Wonen is zeer positief. Ze hebben gemerkt dat het helemaal niet spannender of ingrijpend anders is dan traditioneel bouwen, behalve dat het veel sneller gaat.”