Prefab bouwen is niet alleen sneller en goedkoper, maar ook duurzamer dan traditioneel bouwen. Toch is het optimaliseren van een modulair bouwsysteem op emissies nog een flinke opgave. Zo kan gewichtsbesparing tot een flinke CO2– en stikstofreductie zorgen. Boaz de Boer van Heddes Bouw & Ontwikkeling vertelt hoe hij samen met consortiumpartners aan deze uitdaging werkt binnen de Programmalijn Prefab.
Het oplopende tekort aan vakmensen. De groeiende bouwopgave. De noodzaak om duurzamer, liefst biobased te gaan bouwen. Allemaal duidelijke signalen voor Heddes dat prefab essentieel gaat worden voor de toekomst van de bouw. Daarom neemt het bouwbedrijf uit Hoorn al in 2012 een aandeel in de modulaire woningfabriek van Ursem Modulaire Bouwsystemen in Wognum. Sindsdien is het aandeel prefab in de projecten van Heddes gestaag gegroeid. Het woningaanbod loopt van tweekamerstudio’s en grondgebonden woningen tot drie- en vierkamerappartementen. De modules verlaten de fabriek kant-en-klaar, volledig wind- en waterdicht, waarna de woningen volledig turn-key worden opgeleverd.
Boaz de Boer, die al 21 jaar bij Heddes werkt, zet zich met name de laatste vijf jaar actief in om prefab bij opdrachtgevers te promoten.
Zien jullie bij opdrachtgevers een groeiende interesse in prefab?
“We merken dat veel klanten duurzamer willen bouwen, zolang het haalbaar en betaalbaar blijft. De meeste opdrachtgevers kiezen voor onze bewezen modulaire woningconcepten, die al een hoge duurzaamheidsstandaard hebben. Voor de volgende stap, nog duurzamer, meer biobased, zijn ambitieuze partners nodig. En die zijn er gelukkig. Een goed voorbeeld is de NH Bouwstroom, een netwerkorganisatie waarin we met andere industriële bouwers samenwerken met elf woningcorporaties. Binnen deze pilotomgeving creëren we samen ruimte voor experimenten die samenwerking en innovatie versnellen. Corporaties erkennen dat arbeid schaars is en industrieel bouwen noodzakelijk wordt. Grootschalig investeren in fabrieken is risicovol, maar door strategisch samen te werken delen we risico’s en bundelen we onze krachten. Bouwers brengen productiecapaciteit en expertise, corporaties zorgen voor continuïteit in de vraag. Zo zijn de afgelopen jaren al duizenden woningen gerealiseerd. We optimaliseren de kwaliteit continu, waardoor de betaalbaarheid stijgt en de bouwtijd verkort.”
Jullie optimaliseren de bouwsystemen continu, met een sterke focus op gewicht. Waarom is lichter bouwen zo belangrijk?
“Wat je niet hoeft te transporteren, scheelt direct in je kosten, maar ook in uitstoot en kraaninzet. Onze modules zijn ongeveer de helft lichter dan een traditioneel gebouw. Maar zelfs dan zijn het nog steeds best grote en zware elementen. Een kant-en-klare woning weegt soms wel 25 ton. Daarvoor heb je op de bouwplaats een grote kraan nodig en veel ruimte. Al met al een flinke logistieke uitdaging. Dus als we onze woningen nog lichter kunnen maken, dan scheelt dat emissies. Plus we kunnen kleinere, meer gangbare kranen gebruiken om de modules te plaatsen, waardoor we ook op krappere plekken kunnen bouwen, bijvoorbeeld in binnensteden.”
Hoe pakken jullie dat aan?
“Die gewichtsreductie is een continu proces. We hebben bijvoorbeeld een hoogbouwconcept van vijf bouwlagen doorontwikkeld tot 23 bouwlagen, waarmee we tot 70 meter hoogte kunnen stapelen. Zodra we dat hebben ontwikkeld, gaan we kijken naar alle onderdelen: kan dat met minder materiaal, kan het lichter? Kan die massieve vloer ook met een bepaalde uitsparing worden gemaakt? Kan een betonnen kolom smaller worden uitgevoerd, of compacter naarmate je de hoogte in gaat?
Naast alle praktische overwegingen weten we dat lichter bouwen ook een gunstig effect heeft op de emissies. Maar hoe groot is die impact precies?”
Is dat wat jullie willen onderzoeken binnen de SEB Programmalijn Prefab?
“We hebben twee duidelijke doelen binnen dit programma. Enerzijds willen we de emissiebesparing die we met ons modulaire bouwconcept bereiken scherp in beeld krijgen. Dat doen we met behulp van de Bouwemissietool van TNO. Anderzijds willen we een ontwerptool ontwikkelen waarmee we op emissiegebied stappen kunnen blijven zetten, zodat ons bouwsysteem optimaal toepasbaar en toegankelijk blijft binnen steden.
Deze projecten doen we met een hele keten van bedrijven, met naast Heddes, Ursem, onze installatiepartner Schouten, ook een digitaal innovatiebureau, Voortaan, plus de partners rond onze modulefabriek. Met dit consortium werken we al nauw samen op thema’s als efficiëntie en procesoptimalisatie. Nu hebben we ook deze uitdaging ingebracht, met TNO als kennispartner.”
Waarom is die rekentool belangrijk voor jullie?
“TNO constateert dat we een ontzettend complex en volwassen systeem hebben. We zijn dus al heel ver. Dat is mooi, maar dat betekent ook dat dat verbeterkansen niet voor het oprapen liggen. Daarnaast gaan we voor een integrale benadering. De ontwerptool moet al onze doelstellingen ten aanzien van sneller, lichter, goedkoper en duurzamer bouwen, meewegen. Zodra we een idee voor een bouwconcept hebben, moeten we dat met dit parametrische model kunnen doorrekenen om sneller tot een integrale oplossing te komen. Kun je beton weglaten, of isolatie? Kun je holle betonnen vloeren gebruiken, beton vervangen door staal? In plaats van in kleine stapjes te verbeteren, willen we zo veel sneller tot een optimaal ontwerp komen. Zo’n tool kan uitgroeien tot een integraal, digitaal instrument voor de hele markt, waarmee partijen sneller duurzame bouwconcepten kunnen ontwikkelen en direct de impact op emissies kunnen zien.
In 2030 moet circa 30 procent van jullie woningmassa biobased zijn. Hoe belangrijk is dit concept om dat te realiseren?
“Zeer belangrijk. Op basis van dit project hebben we een volledig houten module ontwikkeld die dit percentage al haalt. De vraag is hoe groot het aandeel van dit woningtype wordt in onze totale productie. Daarom willen we ook onze basisproducten verder biobased maken, zodat klanten meer te kiezen hebben. Een volledig houten module vinden veel partijen nog spannend. Een hybride variant met een hoger biobased aandeel verlaagt die drempel.
Tegelijkertijd zien we de hele keten mee verduurzamen. Meetinstrumenten verbeteren, biobased producten ontwikkelen door. Samen met Building Balance werken we eraan om deze producten beter beschikbaar en betaalbaar te maken in Nederland. Dus dat zijn belangrijke neveneffecten van onze ambitie.”
Welke uitdagingen zie je nu nog voor biobased bouwen?
“Wat absoluut nog beter kan, is de manier waarop biobased producten worden gemeten en geclassificeerd in de Nationale Milieudatabase. Nu kan het zelfs zo zijn dat een mineraal product beter scoort op duurzaamheid dan een biobased variant, omdat alleen naar de CO2-uitstoot tijdens productie wordt gekeken, en niet wordt meegewogen dat biobased weer terug groeit en CO2 opgeslagen blijft in het product. Dat moet je meewegen en waarderen: in de Milieudatabase, maar misschien ook wel in je LCA- en MPG-berekeningen. Dan krijg je een eerlijkere vergelijking, komt het tot uitdrukking in de resultaten en gaan partijen het eerder gebruiken. Daar wordt al wel aan gewerkt, maar ik denk dat wij als sector daar ook nog veel huiswerk in hebben te doen.”
Wat is jouw persoonlijke hoop voor de toekomst van de bouw?
“Dat we veel vaker kiezen voor hout en andere biobased materialen. We zien nu al een duidelijke verschuiving: van traditionele, stenige bouw via hybride concepten, richting volledig biobased bouwen. Onze houten woningprojecten laten zien hoe mooi en haalbaar dat is.
Het liefst zie ik dat deze ontwikkeling doorzet, met materialen die zoveel mogelijk uit Nederland komen. Wij zetten daar vol op in en merken dat steeds meer partijen het belang inzien. Obstakels horen daar bij, maar onze focus ligt op onze toegevoegde waarde en op de positieve stappen die we al zetten richting een duurzamere bouw.”
Meer weten?
Lees meer over SEB Programmalijn Prefab