“Voor het renoveren van de oudere woningvoorraad liggen er mooie kansen voor prefab”

“Voor het renoveren van de oudere woningvoorraad liggen er mooie kansen voor prefab”

Woningcorporaties staan voor een stevige uitdaging om hun oudere woningvoorraad te verduurzamen. Hoe doe je dat snel, duurzaam én met zo min mogelijk overlast voor bewoners? Binnen het SEB-innovatieproject ‘Van binnenuit isoleren’ werken verschillende partners samen met woningcorporatie De Alliantie aan een biobased prefabconcept om bestaande woningen zo efficiënt mogelijk van binnenuit na te isoleren.

Penvoerder van het SEB-project is isolatieleverancier Bluedec, dat Gerry Kroeze als projectleider heeft aangesteld. Kroeze begeleidt in het dagelijks leven als bouwmanager uiteenlopende bouwprojecten. “Automobielbedrijven, kantoorpanden, bedrijfspanden, schoolgebouwen, luxe villa’s, maar bijvoorbeeld ook de nieuwbouw van 500 prefab appartementen bovenop een parkeergarage. Ik doe dit werk inmiddels ruim 26 jaar en vooral de laatste jaren zie ik een sterke beweging richting industrieel prefab bouwen. Mijn overtuiging is dat je door prefabriceren beter kunt produceren, onder geconditioneerde omstandigheden. Het gaat sneller, met minder fouten en minder handelingen op de bouwplaats. Bovendien ben je minder afhankelijk van personeel, wat tegenwoordig een groot probleem is in de bouw. Daarnaast heb je minder transportbewegingen, wat het proces schoner en efficiënter maakt.”

Bewuste keuze voor biobased

Het innovatieproject binnen de Programmalijn Prefab van SEB, dat Kroeze begeleidt, heeft als doel een prefabmethode te ontwikkelen waarmee woningen snel, eenvoudig en schoon van binnenuit kunnen worden na-geïsoleerd. “Het doel is om woningen in bewoonde toestand van prefab binnenwanden te voorzien”, legt Kroeze uit. “De Alliantie stelt hiervoor woningen in Amsterdam beschikbaar. Uitvoerende partijen zijn BIM partners voor het inmeten, Logchies als aannemer en WAM als onderaannemer. Bluedec is penvoerder en TNO kijkt en rekent mee als kennispartner.”

Naast de uitvoeringssnelheid vormt ook de materialisering een grote uitdaging bij het verduurzamen van bestaande woningen. Kroeze: “De Alliantie vroeg bewust om biobased te werken. In de markt zijn veel biobased materialen beschikbaar, allemaal met hun eigen voor- en nadelen. We gebruiken nu houtwolvezelplaat als isolatiemateriaal. Omdat de hechtingskracht lager is dan bij conventionele isolatie, moet je goed kijken naar een geschikt montagesysteem.”

Standaardiseren wat niet standaard is

De opgave leek in eerste instantie vrij eenvoudig, schetst Kroeze: zoek een plaatmateriaal, combineer dat met isolatiemateriaal en ga het bewerken. “Maar dan begint het echte denkwerk pas. Welk plaatmateriaal gebruik je? Hoe maak je de verbindingen? Hoe monteer je het systeem?”

De vooroorlogse Amsterdamse woningen behoren meteen tot de lastigste categorie om prefab toe te passen. Kroeze: “Het gaat hoofdzakelijk om kleine voormalige arbeiderswoningen met een beschermd stadsgezicht. Aan de buitenzijde mag je dus vrijwel niets aanpassen. Alles moet binnen worden opgelost. Je hebt te maken met smalle trappenhuizen, veel glas, scheve muren, doorhangende plafonds en oude schuiframen. Geen twee woningen zijn gelijk.”

Miljoenen meetpunten

De aanwezigheid van teer op gevels, asbest in wanden en slecht stucwerk maakt de montage extra uitdagend. Datzelfde geldt voor obstakels zoals cv-leidingen, elektraleidingen, ventilatieroosters en keukens die tegen gevels aan staan. Om toch al in de fabriek maatwerk te kunnen leveren, wordt de woning vooraf nauwkeurig ingescand. “Een gespecialiseerd bedrijf maakt een zogeheten point cloud scan, waarbij met behulp van lasermetingen miljoenen meetpunten ontstaan”, legt Kroeze uit. “Zo ontstaat een vrijwel exacte digitale kopie van de woning. Die gegevens dienen als input voor de computergestuurde bewerkingsmachines om de panelen op maat te produceren. Een bijkomend voordeel is dat de computer het basismateriaal zo efficiënt mogelijk benut, waardoor je minder afval hebt.”

Langdurige overlast

Het doel is om de overlast voor bewoners zo klein mogelijk te houden en emissies op de bouwplaats te beperken. Vergeleken met de traditionele manier van renoveren zet deze methode daarin flinke stappen vooruit, ziet Kroeze. “Voorheen ging een aannemer naar een locatie en richtte daar een volledige bouwplaats in, met een keet, toiletunit en containers. Vervolgens kwamen vrachtwagens met losse transporten verschillende materialen brengen. Al die materialen moesten veilig worden opgeslagen. Daarna werd alles ter plekke op maat gezaagd, aangebracht en afgewerkt door een heel team dat ook met auto’s en busjes af en aan reed. Dat zorgt voor langdurige overlast voor de hele buurt.”

Bouwhub buiten de stad

Door twee proefwoningen met de nieuwe prefabpanelen te renoveren, wordt duidelijk dat deze methode aanzienlijke voordelen biedt. “Vanuit de fabriek wordt een compleet geprefabriceerd, geïsoleerd en vrijwel volledig afgewerkt panelenpakket aangeleverd. Dat wordt eerst afgeleverd bij een bouwhub buiten de stad. Vervolgens brengt één monteur het pakket met een elektrisch voertuig naar de woningen. De kleine, handzame panelen kunnen door één persoon worden getild en gemonteerd. In theorie zou dit binnen één dag kunnen, maar de praktijk moet dat nog gaan uitwijzen.”

Al met al scheelt deze manier van werken enorm veel tijd, overlast en emissies. Vooral omdat veel bewerkingen niet meer op de bouwplaats, maar in de fabriek plaatsvinden. Kroeze: “Die emissiereductie willen we binnen dit project samen met TNO ook nauwkeurig in kaart brengen.”

De keerzijde van isoleren

Inmiddels staat het isolatieconcept. Er is een standaardpaneel ontwikkeld, net als een optimale montagewijze en productiemethode. Een concept dat zich bovendien heeft bewezen bij complexe woningtypes en daardoor ook goed toepasbaar lijkt op woningen uit latere bouwjaren.

Toch zijn er nog aandachtspunten. Zoals het ruimteverlies in woningen. “Zeker bij biobased isolatiemateriaal werk je met dikke pakketten. Twaalf centimeter isolatie betekent simpelweg dat je binnenruimte verliest. Daarnaast blijft het kozijn vaak een zwakke plek. Je kunt een muur perfect isoleren, maar als er nog oude schuiframen met enkel glas aanwezig zijn, ontstaat daar veel warmteverlies en krijg je condensvorming. En natuurlijk is ook de kostprijs een belangrijk aspect voor opdrachtgevers. Biobased materialen zijn nog altijd duurder dan traditionele materialen.”

Mooie kansen voor prefab

Voor het eind van dit jaar moeten nog meer dan twintig woningen met dit prefabconcept worden aangepakt. Daarna is de ontwikkelfase afgerond en gaat De Alliantie evalueren of deze methode breder wordt ingezet voor het verduurzamen van woningen.

“Wat mij betreft heeft dit project aangetoond dat dit prefabconcept succesvol kan bijdragen aan de verduurzamingsopgave in Nederland. Ik verwacht dat deze methode uiteindelijk voor heel veel woningen en situaties toepasbaar zal zijn. Zeker voor de oudere woningvoorraad, waar veel beheerders mee worstelen, liggen daar mooie kansen”, besluit Kroeze.